1. De vergunning kan buiten behandeling worden gesteld indien niet voldaan is aan het bepaalde in artikel 2:10a.

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning geweigerd worden indien:

    a. de organisator van het evenement verplicht is het college een verzoek te doen om het evenement te plaatsen op de evenementenkalender, zoals opgenomen in artikel 2:10c, en de organisator niet aan deze eis heeft voldaan;

    b. de organisator van het evenement verplicht is het college een verzoek te doen om het evenement te plaatsen op de evenementenkalender, zoals opgenomen in artikel 2:10c, en het college heeft besloten het evenement niet op te nemen op de evenementenkalender;

    c. de ontheffing zoals bedoeld in artikel 2:10d geweigerd is door het college;

    d. de aard van het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie;

    e. naar het oordeel van de burgemeester de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politie- en hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet;

    f. van het evenement een onevenredige belasting voor het woon- of leefmilieu in de omgeving te verwachten is;

    g. tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke sanctie is genomen of indien de organisator in deze periode zich herhaaldelijk niet aan de vergunningvoorschriften of wettelijke voorschriften heeft gehouden;

    h. de organisator van een evenement in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    i. het evenement verontreiniging tot gevolg heeft, afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de omgeving dan wel schade toebrengt aan groenvoorzieningen of voorzieningen van openbaar nut.